London tube revisited … of toch niet?

Toen ik nog klein was, waren er stukken in de tuin van mijn grootvader waar we nooit kwamen, omdat er een kronkelend pad was dat naar de diepte leidde waar je misschien nooit meer vandaan kwam. In het Zwin in Knokke kon je niet te lang blijven, want het kon niet anders dan je zou meegesleurd worden door het kolkende springtij dat net als wij er waren zou opkomen. En in het sprookjesbos in de Efteling zat ongetwijfeld een slechterik verborgen die me wilde ontvoeren.

Zoveel jaren later ben ik niet meer onder de indruk van de tuin van opa. Mathematisch gezien is die van ons groter. Het Zwin is een vlakte die vanaf het hoogste punt volledig te overzien valt en in de Efteling ben ik de stoere mama die onversaagd het wondere bos induikt.

Met ouder worden verliezen sommige plaatsen hun magie. Beter om er weg te blijven, zou je denken. Maar goed, het is nu eenmaal onze taak om die magie aan onze eigen kinderen door te geven.  En daar moet je wat voor over hebben.

Zo een magische plek is voor mij ook de Londonse metro. Als herinnering houd ik vooral vast dat massa’s mensen in en uit stroomden. Minstens de helft van hen nam niet de moeite te gaan zitten en klemde zich al lezend om een paal om niet te vallen. Ze lazen paperbacks. En bij het overstappen plooiden ze zomaar een ezelsoor in het blad dat ze aan het lezen waren om zo makkelijker weer in te haken bij een volgend stuk op hun route. Een keer op straat staken de dingen met hun kop boven de rand van hun tas uit. Een boek altijd en overal bij de hand.

Ik ben geen liefhebber van hardcovers. Die moeten netjes blijven omdat ze dan mooier in de boekenkast staan. Die kan je niet lezen op je lievelingsplekje onder de boom. Oh help! Vogelpoep. Ze kunnen niet mee in bad, want daar bobbelen hun bladzijden van.

Een tijdje geleden wilde ik absoluut de Ravencyclus van Maggie Stiefvater uitlezen. De eerste twee vertalingen had ik uit de bibliotheek. Ik wachtte en wachtte op nummer drie en vier. Maar die kwamen er maar niet. Totdat vriend Google me vertelde dat ze er ook nooit zouden komen. Te weinig interesse in het Nederlandsetalige leesgebied. Dus leverde vriend Bol.com de vier Engelse boeken bij me thuis. In paperback. Op recyclagepapier dat een beetje stinkt.

Ik zeul ze overal mee: ontbijttafel, zetel, toilet, tuin, … Ik kraak zelfs hun ruggen als ik ze echt lekker wil lezen. En … ik plooi ezelsoren in hun pagina’s.

Net zoals die mensen in de London tube. Of toch niet?

Advertenties